Huurverhoging bij een bedrijfspand: de indexatie in het contract

Wie een verhuurd bedrijfspand bezit, krijgt de huurverhoging niet van de overheid. Bij woonruimte stelt de wet grenzen aan de jaarlijkse verhoging. Bij bedrijfsruimte is dat in beginsel niet zo. De huur van een winkel, kantoor, loods of horecapand gaat omhoog zoals in het huurcontract staat. Staat er niets over in het contract, dan blijft de huur in beginsel staan, al kent de wet voor winkelruimte een aparte herzieningsroute die verderop aan bod komt. Dat maakt de indexatieclausule in uw contract het belangrijkste stuk tekst voor uw rendement. Dit artikel gaat over die clausule: wat erin staat, hoe u ermee rekent, wat u doet als u jaren niets hebt verhoogd, en wat een koper ervan vindt.

Kleine bedrijfsruimte op de begane grond, halfopen rolluik naar de straat, gestapelde kratten tegen de zijmuur en één envelop op de toonbank.

Twee soorten bedrijfsruimte, één uitgangspunt

De wet kent twee regimes. Winkels, horeca en andere ruimtes waar klanten binnenlopen vallen meestal onder het regime dat in de praktijk 290-bedrijfsruimte wordt genoemd. Kantoren, opslag, praktijkruimtes en de meeste bedrijfshallen vallen onder het andere regime, in de praktijk 230a-ruimte genoemd; de tekst van beide regelingen staat in het Burgerlijk Wetboek op wetten.overheid.nl. Het onderscheid is niet altijd scherp en de rechter kijkt vooral naar het feitelijk gebruik, niet naar wat partijen erboven hebben gezet.

Voor de jaarlijkse huurverhoging maakt het onderscheid weinig uit. In beide regimes bestaat geen wettelijk recht op een jaarlijkse verhoging en ook geen wettelijk plafond. De verhoging is een afspraak. Staat er geen indexatiebepaling in het contract, dan blijft de huur in beginsel staan tot partijen iets nieuws afspreken.

Het onderscheid doet er wél toe bij een herziening van de huurprijs los van de indexatie. Bij 290-bedrijfsruimte kan elk van beide partijen na afloop van de eerste overeengekomen termijn, en daarna telkens na een in de wet bepaalde periode sinds de laatst vastgestelde huurprijs, de rechter vragen de huur aan te passen aan het niveau van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse; de precieze termijnen en voorwaarden staan in het Burgerlijk Wetboek. De rechter kijkt daarbij naar het gemiddelde over de vijf jaar vóór het instellen van de vordering, niet naar de markthuur van vandaag. Bij 230a-ruimte kent de wet zo'n herzieningsroute in beginsel niet. Daar heeft u alleen wat u hebt afgesproken. Dit is algemene informatie over de wettelijke regeling, geen oordeel over uw contract; laat uw eigen situatie zo nodig door een jurist beoordelen.

Naast de belastingdruk, de financieringslasten en de verduurzaming kent woningverhuur nog een vierde post, want bij woonruimte stelt de wet grenzen aan de jaarlijkse verhoging.

Wat er in een indexatieclausule staat

Veel Nederlandse huurcontracten voor bedrijfsruimte zijn gebaseerd op de veelgebruikte modellen van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ). Die modellen koppelen de huur aan de consumentenprijsindex van het CBS, meestal de reeks alle huishoudens, al verschilt dat per versie van het model. Ook contracten die niet op het ROZ-model staan, gebruiken vaak dezelfde bouwstenen. Pak uw contract erbij en zoek deze vijf onderdelen op.

De indexreeks. Meestal de CPI alle huishoudens. Soms de afgeleide CPI, waaruit het effect van wijzigingen in productgebonden belastingen en subsidies is gehaald. Die twee kunnen uiteenlopen. Controleer welke reeks er staat, want daarmee rekent u.

De peilmaand. Een indexcijfer heeft altijd een maand. In de ROZ-modellen wordt meestal gerekend met het cijfer van vier kalendermaanden vóór de aanpassingsdatum, omdat het CBS het cijfer van een maand pas later definitief maakt. Bij een aanpassing per 1 januari rekent u dan met het cijfer van september tegenover september een jaar eerder. Staat er een andere systematiek, dan geldt die.

De bodem. Veel modelcontracten bepalen dat de huurprijs bij een negatieve index niet daalt. De huur blijft dan gelijk en gaat het jaar erna weer mee omhoog. Ontbreekt zo'n bepaling, dan kan een negatieve index in beginsel tot een lagere huur leiden.

Automatisch of op aanzegging. In de meeste modellen verandert de huur van rechtswege op de indexdatum. De verhuurder hoeft dan geen brief te sturen, al is dat verstandig. Sommige contracten koppelen de verhoging aan een schriftelijke aanzegging. Dan is die brief een voorwaarde en is een vergeten brief een vergeten verhoging.

Een opslag of een plafond. Zelden in ROZ-modellen, maar wel in sommige onderhandelde contracten: CPI plus een vast percentage, een minimumverhoging, of juist een maximum per jaar. Zo'n afspraak gaat vóór op de standaardtekst.

Zo rekent u de verhoging uit

De berekening is een verhouding. U deelt het indexcijfer van de nieuwe peilmaand door het indexcijfer van dezelfde maand een jaar eerder, en vermenigvuldigt de huidige huur met die uitkomst. Dat is de hele formule. De huur van vorig jaar is de basis, niet de huur bij aanvang van het contract, tenzij uw contract dat uitdrukkelijk anders regelt.

Het CBS heeft hiervoor een rekenhulp op zijn site, waarin u de reeks en de maanden kiest. Gebruik die hulp, maar controleer wel dat de reeks en de peilmaand overeenkomen met uw contract. De rekenhulp kent uw contract niet.

Twee dingen gaan in de praktijk mis. Het eerste is een verkeerde reeks: de afgeleide CPI waar de gewone bedoeld was, of andersom. Het tweede is een reeksbreuk. Het CBS verandert af en toe het basisjaar van de index, en dan sluiten de cijfers van het oude en het nieuwe jaar niet meer op elkaar aan. Het CBS publiceert daarvoor koppelcijfers. Rekent u over zo'n breuk heen zonder koppeling, dan klopt de uitkomst niet.

Hoeveel de huur per 1 januari 2026 omhoog mag, is dus geen vraag met één antwoord. Het antwoord staat in uw contract en in het CBS-cijfer van de peilmaand die daarin staat. Een percentage dat u elders leest, hoort bij woonruimte of bij een ander contract dan het uwe.

De hoge inflatie van 2022 en wat de rechter daarvan vond

In 2022 was de inflatie volgens het CBS uitzonderlijk hoog, vooral door energieprijzen; in enkele maanden kwam het maandcijfer boven de tien procent uit. Huurders van bedrijfsruimte kregen een jaar later een verhoging van dezelfde orde en sommigen van hen hebben zich daartegen verzet. Het argument was dat een index die zo sterk door energie werd gestuurd, niet meer weergaf wat partijen bij het tekenen bedoelden.

Of zo'n argument slaagt, hangt af van de tekst van het contract, de verhouding tussen partijen en de omstandigheden van het pand. Er is geen regel die zegt dat een hoge CPI-indexatie onredelijk is, en ook geen regel die zegt dat hij altijd standhoudt. Wie als eigenaar een uitzonderlijk hoge indexatie doorvoert, doet er verstandig aan dat netjes te onderbouwen en het gesprek met de huurder niet uit de weg te gaan. Een huurder die vertrekt of failliet gaat, kost meestal meer dan het verschil tussen de volle index en een gematigde verhoging. Hoe dit in uw geval uitpakt, is een vraag voor een jurist die uw contract kent.

Jaren niets verhoogd: wat kunt u nog doen

Het komt regelmatig voor dat eigenaren met één of twee bedrijfspanden niet elk jaar indexeren. Soms uit gemak, soms omdat de huurder een goede huurder is en men de relatie niet wil belasten. Na een paar jaar staat de huur dan merkbaar onder wat het contract toestaat.

Of u dat kunt inhalen, hangt weer af van de clausule. Is de verhoging van rechtswege, dan is de huur op papier al die jaren gestegen en heeft de huurder te weinig betaald. U kunt dat verschil in beginsel nog vorderen, maar niet onbeperkt terug: vorderingen tot periodieke betalingen zoals huur verjaren na een wettelijke termijn; hoe lang die termijn is en wanneer hij begint te lopen, staat in het Burgerlijk Wetboek en hangt af van uw situatie. Bovendien kan een rechter oordelen dat u door jarenlang stil te zitten uw recht hebt verwerkt. Enkel tijdsverloop is daarvoor niet genoeg; er moeten bijkomende omstandigheden zijn, bijvoorbeeld dat de huurder erop mocht vertrouwen dat u de verhoging niet meer zou vragen. Is de verhoging afhankelijk van een aanzegging, dan zijn de overgeslagen jaren meestal verloren en begint u vanaf de eerstvolgende indexdatum opnieuw.

Bij 290-bedrijfsruimte heeft u daarnaast de wettelijke herzieningsroute. Als de huur door de gemiste indexaties ver onder het niveau van vergelijkbare ruimte in de buurt ligt, kunt u na afloop van de eerste termijn een herziening vragen. Dat is een aparte procedure met een eigen toets en meestal een deskundigenadvies. Reken niet op een snelle uitkomst. Ook dit is algemene informatie en geen advies over uw contract; wat u in uw geval nog kunt vorderen, laat u beoordelen door een jurist.

Wat een koper in uw indexatieclausule leest

Wie een verhuurd bedrijfspand koopt, koopt de huurstroom. De indexatieclausule bepaalt hoe die stroom zich ontwikkelt, en een koper leest hem daarom nauwkeuriger dan u misschien ooit hebt gedaan.

Een koper let op drie dingen. Ten eerste: is de clausule daadwerkelijk toegepast en klopt de huidige huur met de berekening? Een verschil tussen contracthuur en betaalde huur roept vragen op en drukt de waarde, omdat de koper niet zeker weet of hij het verschil nog kan innen. Ten tweede: hoe verhoudt de geïndexeerde huur zich tot de markthuur? Een huur die door jarenlange indexatie boven de markt is uitgestegen, is bij een 290-pand kwetsbaar voor een herzieningsverzoek van de huurder. Een huur die er ver onder ligt, is juist ruimte die de koper zelf kan benutten. Ten derde: zit er een bodem in de clausule, en zit er een plafond? Een clausule zonder bodem en met een plafond is voor een eigenaar de minst gunstige combinatie.

Wilt u verkopen, zorg dan dat u dit dossier op orde hebt voordat u met iemand praat. Het huurcontract, de eventuele allonges, een overzicht van de indexatiebrieven per jaar en de betaalde huur per maand. Wie dat compleet aanlevert, scheelt heen-en-weer en geeft een koper minder reden om onzekerheid in zijn prijs te verwerken.

Als u het pand liever verkoopt dan verder verhuurt

Sommige eigenaren komen na dit soort rekenwerk tot de conclusie dat ze het pand liever niet meer zelf beheren. Een contract met een zwakke indexatieclausule, een huurder die bij elke verhoging tegenstribbelt, of gewoon een portefeuille die te klein is om er tijd in te blijven steken.

Wij kopen verhuurde bedrijfspanden rechtstreeks van eigenaren, met de huurder erin. U stuurt het adres en het huurcontract via het aanvraagformulier. Wij beoordelen het pand en de huurstroom en laten u weten of het bij ons past, en zo ja wat wij ervoor kunnen bieden. U verplicht zich daarmee tot niets, en een openbare bezichtiging hoort er niet bij. Of u daarna verkoopt, is aan u.

Veelgestelde vragen

Wat als er geen indexatieclausule in mijn huurcontract staat?

Dan blijft de huur in beginsel staan tot u met uw huurder iets nieuws afspreekt. Bij bedrijfsruimte kent de wet geen recht op een jaarlijkse verhoging en ook geen wettelijk plafond, de verhoging is een afspraak tussen partijen. Bij winkel- en horecaruimte, in de praktijk 290-bedrijfsruimte genoemd, bestaat daarnaast een wettelijke route om de rechter te vragen de huur aan te passen aan het niveau van vergelijkbare ruimte ter plaatse. Die route kent eigen termijnen en voorwaarden. Bij kantoren en opslag kent de wet zo'n route in beginsel niet, daar heeft u alleen wat u hebt afgesproken. Dit is algemene informatie, laat uw contract zo nodig door een jurist beoordelen.

Moet ik de huurverhoging aanzeggen of gaat die automatisch in?

Dat staat in uw contract. In de veelgebruikte ROZ-modellen verandert de huur van rechtswege op de indexdatum. Een brief is dan geen voorwaarde, maar wel verstandig, omdat uw huurder het nieuwe bedrag moet kunnen narekenen. Sommige contracten koppelen de verhoging juist aan een schriftelijke aanzegging. Dan is die brief wel een voorwaarde en kan een vergeten brief een vergeten verhoging betekenen. Zoek die bepaling op voordat de eerstvolgende indexdatum voorbij is, en bewaar per jaar een kopie van wat u heeft verstuurd. Dat overzicht heeft u later bij een verkoop opnieuw nodig.

Welk indexcijfer hoort bij mijn indexdatum?

Twee dingen bepalen dat: de indexreeks en de peilmaand die in uw contract staan. Meestal is de reeks de consumentenprijsindex alle huishoudens, soms de afgeleide CPI, en die twee kunnen uiteenlopen. In de ROZ-modellen wordt doorgaans gerekend met het cijfer van vier kalendermaanden vóór de aanpassingsdatum, omdat het CBS een maandcijfer pas later definitief maakt. Bij een aanpassing per 1 januari rekent u dan met september tegenover september een jaar eerder. Let ook op een reeksbreuk. Verandert het CBS het basisjaar, dan gebruikt u de koppelcijfers, anders sluiten de cijfers niet op elkaar aan. De rekenhulp van het CBS kent uw contract niet.

Ik heb jaren niet geïndexeerd, kan ik dat nog inhalen?

Dat hangt af van de clausule. Gaat de verhoging van rechtswege, dan is de huur op papier al die jaren gestegen en kunt u het verschil in beginsel nog vorderen. Dat kan niet onbeperkt terug, want vorderingen tot periodieke betalingen verjaren na een wettelijke termijn. Daarnaast kan een rechter oordelen dat u door jarenlang stilzitten uw recht hebt verwerkt. Enkel tijdsverloop is daarvoor niet genoeg, er moeten bijkomende omstandigheden zijn. Is de verhoging afhankelijk van een aanzegging, dan zijn de overgeslagen jaren meestal verloren en begint u vanaf de eerstvolgende indexdatum opnieuw. Wat u nog kunt vorderen, laat u beoordelen door een jurist die uw contract kent.

Wat kijkt een koper na in mijn indexatieclausule?

Een koper van een verhuurd bedrijfspand koopt de huurstroom en leest de clausule daarom nauwkeurig. Hij controleert of de clausule werkelijk is toegepast en of de betaalde huur klopt met de berekening. Een verschil tussen contracthuur en betaalde huur roept vragen op en kan de waarde drukken, omdat onzeker is of dat verschil nog te innen is. Hij kijkt ook hoe de geïndexeerde huur zich verhoudt tot vergelijkbare ruimte in de buurt, en of er een bodem en een plafond in de clausule zitten. Een compleet dossier met contract, allonges, indexatiebrieven en betaalde huur per maand voorkomt veel vragen achteraf.

Verder lezen

Wat gebeurt er met het huurcontract als u verkoopt?De huurovereenkomst gaat mee over op de koper. Wat dat betekent voor de huurprijs, de waarborgsom, de servicekosten en lopende afspraken.Uitponden of in één keer verkopen?Uitponden levert op papier meer op en kost tijd, geduld en risico. Wanneer welke route past bij uw pand en uw situatie.Wat is verhuurd vastgoed waard?Huurstroom, contractvorm en leegwaarde bepalen samen de prijs van een verhuurd pand. Wat er meeweegt en waarom er geen vast percentage bestaat.Waarom verhuur voor veel eigenaren minder aantrekkelijk werdDe vier ontwikkelingen die particuliere verhuurders noemen als reden om te verkopen, en wat ze betekenen voor de waarde van uw pand.Rechten van de huurder als het pand wordt verkochtWat er voor uw huurder verandert bij een verkoop, wat hij kan weigeren, en welke afspraken meegaan naar de koper.Kan een verhuurder de huurder eruit zetten?Wat de wet toestaat, welke gronden er zijn, en waarom een verkoop er niet bij hoort.Wat levert een verhuurd pand op bij verkoop?Huis verkopen in verhuurde staat: wat er met het huurcontract gebeurt, wat uw huurder merkt, en wat het u oplevert tegenover wachten op leegstand.Een kamerverhuurpand verkopen: waarom dit een andere verkoop isEen kamerverhuurpand verkoopt anders dan een woning. Wat er met de omzettingsvergunning gebeurt, hoe kopers per kamer rekenen en welke eisen meewegen.Woning met huurcontract verkopen: wat er met het contract gebeurtEen woning met huurcontract verkopen: het contract gaat mee naar de koper. U leest wat overgaat, wat niet, en welke stukken u vooraf klaar moet hebben.Het puntensysteem: hoe uw woning aan een maximale huur komtZo bepaalt het puntensysteem voor uw huurwoning de maximale huur: de drie segmenten, de posten die het meest tellen en de WOZ-cap die vaak vergeten wordt.Regels voor kamerverhuur: vergunning, brandveiligheid en puntenDe regels voor kamerverhuur in vier lagen: vergunning, brandveiligheid, puntenstelsel en goed verhuurderschap. Met wat ze betekenen als u wilt verkopen.Huurbescherming bij kamerverhuur, bekeken vanuit de eigenaarKamerbewoners zijn anders beschermd dan huurders van een zelfstandige woning. Wat dat verschil doet met leeg opleveren en met wat een koper overneemt.Studentenhuis verkopen: waarom het seizoen uw verkoopmoment bepaaltEen studentenpand verkoopt in het ritme van het collegejaar. Wat het seizoen met uw verkoopmoment doet en wat een koper aan uw bezetting narekent.Tijdelijke huurcontracten na de Wet vaste huurcontracten: wat u als eigenaar in 2026 nog kuntTijdelijk huurcontract 2026: welke uitzonderingen na de Wet vaste huurcontracten nog gelden, wat met oude contracten gebeurt en wat u als eigenaar kunt.Inkomensafhankelijke huurverhoging: wanneer u die mag doorvoerenWanneer u een inkomensafhankelijke huurverhoging mag doorvoeren, wat die in 2026 oplevert en welke stappen nodig zijn zodat de verhoging niet vervalt.Hospitaverhuur of kamerverhuur: waarom dat verschil uitmaaktHet verschil tussen hospitaverhuur en kamerverhuur zit in één vraag: woont u er zelf. Wat dat betekent voor opzeggen, vergunning, belasting en verkoop.Verhuurd vastgoed verkopen: kamers, units en gemengde pandenTerug naar het aanvraagformulier.

Uw verhuurde pand laten beoordelen?

Postcode en huisnummer is genoeg. De verhuurvragen komen daarna, en het zijn er weinig.

Beoordeling aanvragen

Over deze site

Verhuurd Vastgoed Verkopen richt zich op eigenaren met lopende huurcontracten. Wij kopen voor eigen rekening; afhankelijk van het pand houden wij het aan of wordt het binnen onze koopstructuur doorgeleverd aan een andere vastgoedpartij. Wat wij met u afspreken over prijs en overdracht ligt vooraf vast.

Verhuurd Vastgoed Verkopen is een handelsnaam van Five Clicks B.V., ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 97102350, btw-nummer NL867910938B01.

Contact

Lezen

Voorwaarden

© 2026 Five Clicks B.V.. Een beoordeling is vrijblijvend; een overdracht verloopt altijd via de notaris.